Bloedverdunners - zodat het bloed niet stagneert

Veel mensen met een chronische hartziekte moeten bloedverdunnende medicijnen nemen. Je kunt hier lezen hoe de verschillende medicijnen werken en voor wie ze nodig zijn.

Bloedstolling - tegelijkertijd een zegen en een vloek

Bloedstolling is van vitaal belang: wanneer bloedvaten beschadigd zijn, klonteren de bloedplaatjes (trombocyten) samen en combineren verschillende eiwitten. Hierdoor ontstaat snel een stolsel dat het defect afsluit en voorkomt dat er nog waardevol bloed kan ontsnappen.

Helaas treedt bloedstolling ook op wanneer obstructies turbulentie in de bloedstroom veroorzaken of wanneer de diameter van het bloedvat al vernauwd is, bijvoorbeeld door verkalking. Als zich dan een stolsel (trombus) heeft gevormd, kan dit in het ergste geval het hele bloedvat blokkeren. Het resultaat is een trombose, bijvoorbeeld een diep-veneuze trombose. Het bloed kan niet meer door het geblokkeerde bloedvat stromen, waardoor het weefsel beschadigd raakt.

Naast dit directe effect kan het ook gebeuren dat het stolsel plotseling wordt weggespoeld (trombo-embolie). Niet zelden bereikt het dan bijvoorbeeld de longen, het hart of de hersenen, waar het een bloedvat blokkeert. Het bijbehorende weefsel wordt dan niet meer van voldoende bloed voorzien en raakt daardoor ernstig beschadigd.

Wie heeft antistollingsmiddelen nodig?

De belangrijkste redenen voor het voorschrijven van antistollingsmedicatie zijn atriumfibrilleren, diep-veneuze trombose en kunsthartkleppen. Patiënten met bijvoorbeeld een coronaire hartziekte krijgen ze echter ook. Afhankelijk van de ziekte kan een andere groep werkzame stoffen geschikt zijn.

Bloedverdunners - hoe werken ze?

Anticoagulantia worden ook vaak "bloedverdunners" genoemd, maar dit is niet helemaal correct. Anticoagulantia maken het bloed niet vloeibaarder, ze verminderen het vermogen van het bloed om te stollen. Dit kan op verschillende manieren gebeuren:

  • Trombocytenaggregatieremmers TAR's of plaatjesremmers, zoals acetylsalicylzuur (ASA), clopidogrel, prasugrel en ticagrelor verminderen het samenklonteren van bloedplaatjes.
  • Directe anticoagulantia (DOAC's zoals apixaban, dabigatran en rivaroxaban) grijpen in op het systeem van zogenaamde stollingsfactoren: ze remmen hun werking en remmen zo rechtstreeks de bloedstolling.
  • Indirecte anticoagulantia zoals vitamine K antagonisten (VKA/coumarines) of heparine blokkeren de aanmaak van stollingsfactoren en remmen zo indirect de bloedstolling omdat de benodigde stoffen ontbreken.

SYMPTOMEN CONTROLEREN

Symptomen? Check het hier.

MEER

DOWNLOADS

Je kunt hier meer materiaal downloaden.

MEER

Voor wie zijn trombocytenaggregatieremmers geschikt?

Trombocytenaggregatieremmers worden gebruikt om beroertes en hartaanvallen te voorkomen, vooral bij coronaire hartziekten. Degenen die hieraan lijden nemen lage doses (bijv. 100 mg ASA per dag) op lange termijn. Trombocytenaggregatieremmers kunnen maagproblemen veroorzaken als de dosering te hoog is, maar over het algemeen zijn ze relatief onschuldig en worden ze goed verdragen.

Wanneer worden directe orale anticoagulantia gebruikt?

DOAC's (directe orale anticoagulantia, ook bekend als nieuwe orale anticoagulantia, NOAC's) zijn vooral geschikt voor patiënten met atriumfibrilleren en symptomatisch hartfalen. Ze worden ook gebruikt na een operatie, een beroerte of een bloedvatafsluiting (embolie).

Als een patiënt goed omgaat met DOAC's, hoeven de bloedwaarden minder vaak gecontroleerd te worden dan bij andere anticoagulantia. Ze zijn een goed alternatief als regelmatig meten niet mogelijk is. Mensen die niet goed reageren op vitamine K antagonisten hebben ook baat bij DOACs.

DOAC's zijn minder geschikt voor mensen met nierproblemen. Als ze samen met bloedplaatjesaggregatieremmers worden ingenomen, kan dit hun effect vergroten.

De klassieker onder de antistollingsmiddelen: vitamine K-antagonisten

Bij acute embolieën en tromboses en na een hartaanval zijn vitamine K-antagonisten (VKA/coumarines) het middel bij uitstek voor tromboseprofylaxe. Dit betekent dat deze medicijnen de vorming van nieuwe bloedstolsels voorkomen of op zijn minst het risico hierop aanzienlijk verminderen.

Het is belangrijk om de juiste dosis te vinden voor elke individuele patiënt, omdat elk lichaam anders reageert op deze medicijnen. Vitamine K-antagonisten zijn niet geschikt voor mensen met therapieresistente hoge bloeddruk, ernstige nierinsufficiëntie of een hoog risico op bloedingen (maagzweren, aneurysma's).

Het voordeel van vitamine K-antagonisten is: Hun effect kan worden teruggedraaid via de toediening van vitamine K. Dit betekent dat als er bijvoorbeeld een operatie aankomt of ernstig letsel ontstaat door een ongeluk, het effect snel kan worden gestopt.

Succesmonitoring met behulp van Quick- of INR-waarde

Om het effect van antistollingsmedicatie te controleren, werd vroeger de zogenaamde Quick-waarde bepaald. Deze geeft de snelheid van de bloedstolling aan. De normale waarden voor gezonde mannen en vrouwen zijn 70-120, terwijl ze bijvoorbeeld 15-36 zijn als iemand vitamine K-antagonisten gebruikt.

Omdat de Quick-waarde echter iets meer kan variëren afhankelijk van de meetmethode, wordt tegenwoordig de INR-waarde (international normalised ratio) gebruikt. Deze geeft de factor aan waarmee de stollingstijd van het bloed wordt verlengd wanneer een bloedverdunner wordt ingenomen. De INR-waarde ligt normaal tussen 0,85 en 1,15, en 2,0-3,5 bij behandeling met bloedverdunners.

Dagelijks leven met bloedverdunners

Omdat elke patiënt anders is, is het belangrijk dat de arts voor iedereen de beste medicatie vindt. Zoals met alle medicijnen is het bijzonder belangrijk om antistollingsmiddelen regelmatig en precies volgens voorschrift in te nemen. Plots stoppen zonder medisch toezicht kan gevaarlijke gevolgen hebben.

Mensen die regelmatig anticoagulantia innemen moeten ook op een paar dingen letten in het dagelijks leven. Hoewel verminderde bloedstolling wenselijk is, brengt het natuurlijk ook een risico op bloedingen met zich mee tijdens operaties of verwondingen. Anticoagulantia kunnen ook een wisselwerking hebben met andere medicijnen. Daarom moet je je arts opnieuw raadplegen als je vragen hebt over een nieuw recept.

Een medicatiekaart in Nederland is een handig overzicht van je medicijnen, vaak gratis op te vragen bij de apotheek als een Actueel Medicatie Overzicht (AMO), ideaal voor op reis met een Engelse vertaling. Daarnaast is er de fysieke Medicijnkaart die je zelf kunt bestellen en die levensreddend kan zijn bij noodgevallen, met alle gegevens permanent leesbaar, zelfs na beschadiging. Een medicatiekaart, waarop alle medicijnen staan die regelmatig worden ingenomen, maakt het voor de arts gemakkelijker om in geval van nood het overzicht te bewaren. Online kun je je gegevens ook bekijken via platforms zoals MijnGezondheid.net.

Download medicatiekaart nu!

Verdere onderwerpen

GEZWOLLEN ENKELS, VOETEN EN BENEN?
DAT KAN DE REDEN ZIJN

hartfalen en werk: hoe ga je weer aan het werk?

DIAGNOSE VAN HARTFALEN:
WAT U NU MOET WETEN